zaterdag 19 mei 2012

Nu en dan een gedicht : Willem Jan Otten

Al ware ik de diepste stotteraar,
en ziek van een meisje beginnend met een d,
u kende de naam
die mijn tong niet kon heten,
u kende haar antwoord,
u kende bij naam en toenaam
ons nog onbeklonken kind.
Te buiten ging u zich aan weten.

U zag dat het goed was,
het zou weer eens niet:
taal en toch behept met struikeltong.

U wist op voorhand
wat ik u vragen zou.
Daar ging ik van uit,
hoe anders kwam ik tot dit.

Geef mij heden
mijn dagelijks rag
van brekende zinnen
bedoeld voor de liefste,
tot web geboet in u.

Uit : Gerichte gedichten (Van Oorschot, 2011)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten